Wobbe

'De crack in the darkness'

Wobbe van Seijen is muziekman tussen stapels en stapels dozen, lp’s en cd’s in een geel verlichte zaak.

Als een rank meisje, grote pet op haar hoofd, een lp van Joan Armatrading omhoog houdt: ,,Aaaah Joan Armatrading.” (Zingt) ,,Show some emotion.” Het meisje, overdonderd: ,,Ik keek eigenlijk alleen naar de hoes.” Wobbe, jubelend: ,,Shooooooow some emotion.”

Eerder, in broodjeszaak Vittorio op de Voorstreek: ,,Ik weet precies het moment nog, dat ik de muziek de liefde verklaarde. Op mijn twaalfde. Ik ging met mijn vader op bezoek bij een zakenrelatie, die had allemaal singletjes staan.

Ik zat onder, mijn vader zat boven met die zakenrelatie van hem te praten en ik bekeek die etiketjes. Onvoorstelbaar wat mooi.

Dat gevoel heb ik nog altijd. Altijd. Ik koop ook volksmuziek, om die Oost-Europese platen zitten soms heel mooie hoezen.

Het is iets….. Jaaaa. Iets mysterieus. Wat zou het zijn. Wat zou het zijn weet je. Het is een (zucht) ontdekken van. Wat ik vroeger al had, als hippie, dat ik op pad ging met een oude auto. Dan kwam ik in plaatsen waar niemand kwam. In Oost-Europa. En Turkije.

Kwam je in Bulgarije, dan trokken ze aan je haar. Jaa, jaaaaa, jaja. Ik had donker, zwart haar. Lang haar, dat was daar niet bekend.

Culturen he, zien hoe de cultuur was. En volksmuziek. Ik ben altijd gek op volksmuziek geweest. Je had toen staatsmuziekwinkels, waar ik altijd kwam. En daar lagen van die, van die, van die volksmuziekplaten.

Jaaaaa. Andere ritmes, een andere taal…. (zucht, zoekt) die toch iets in zich had, wat mij iets te vertellen had.

Leonard Cohen deed eens een concert op het eiland Wight. Zeshonderdduizend mensen stonden daar. Vijf dagen was het alleen maar amok, vuurtjes, flessen gooien naar de artiesten die optraden.

En Leonard stond daar, met zijn zwarte t-shirtje aan. Een man, een ouderwets type, lang haar had ie niet, en voordat hij iets gezegd had was het publiek al stil. Dat is het mysterie weet je. Het mysterie komt soms voordat het gezegd is. Dat heb je met poezie ook.

"Soms voel je, als je naar muziek luistert, dat er iets speciaals gebeurt."

Vroeger nam ik voor mijn eigen label veel dingen van artiesten op. En wil je dat later opnieuw opnemen, dan krijg je het nooit meer zoals het was.

Dat is de magie van het moment. Absoluut. Net als het moment dat hier ligt, nu, nu ik zit te praten. De volgende keer kan ik het niet herhalen. Er is something in the air zoals ze zeggen. Er is iets in de lucht aanwezig ja.

En het is niet te herhalen. Dat is het enorme mysterie. Wat veel mensen nu doen is het mysterie ontkennen. Maar het mysterie ligt er.

Als je geen oog hebt voor mysterie, hoe je ontmoetingen hebt, hoe je naar dingen kunt zien, naar de natuur bijvoorbeeld. Als je daar niet meer voor open staat mis je gewoon een heel groot gedeelte waar het in feite in het leven om gaat.

Of ik elke dag wel iets van mysterie ervaar? Iedere dag ja. Je moet geraakt worden door de ontmoeting met de mens die binnenkomt. Maar het kan ook iets zijn wat je beluistert, of wat je ziet. En als je het mysterie wilt uitleggen, dan is het geen mysterie meer. Je moet je in feite overgeven om erin te komen, anders verdwijnt het weer.

Op de lagere school al was ik anders. Dan riep ik ‘meester’. En dan was het: ‘Ja Wobbe, wat is er’. ‘Ik moet even naar de wc’, ‘goed Wobbe’. En dan voelde ik het buiten trekken, dan liep ik de school uit, het land in. Mijn ouders hoorden best vaak: Wobbe is vandaag niet geweest.

Als kind al, in de vierde klas, was ik overspannen. Niemand begreep dat. Ik voelde me anders. Ik vroeg naar het wonder, altijd. Ik zat in een heel andere wereld, echt in een andere wereld.

Ik werd overweldigd door de wereld. Absoluut. En om daarmee te leren omgaan is denk ik een proces tot het einde van mijn leven. Soms kan ik de stad ingaan, en dan voel ik: Ik zit in een andere, een andere hoe noem je dat, een andere dimensie lijkt het wel.

Ik observeer, ik zit er niet in. Net alsof ik er geen deel van uitmaak. Daarom is de brug van muziek en kunst en poezie ook zo belangrijk voor me. Poezie probeert iets uit te leggen wat heel moeilijk uit te leggen is.

Vooral de laatste jaren ben ik meer met poezie bezig. Het heeft me altijd wel beroerd, maar de laatste tien,vijftien, twintig jaar is het anders. Ik denk door een innerlijke ommekeer in 1999, toen ik een maand in het ziekenhuis lag.

Ja. Ik vind het een beetje moeilijk om erover te praten, maar het had te maken met iets in mijn lichaam. Maar soms moet je eerst afgebroken worden om weer opgebouwd te worden. Al is het een ramp voor jezelf en je omgeving als je er middenin zit.

Of ik dacht dat de wereld verging? Absoluut. Absoluut. Absoluut. Absoluut ja. Je kunt stijf staan van angst he? Ik durfde niet eens over straat te lopen. Een zebrapad over? Durfde ik niet.

Ik zat in een cocon. Het was, het was, het was dicht. En het was een gigantische schok want in al mijn arrogantie: hoe kon mij Wobbe van Seijen, hoe kon mij dit overkomen?

Ik was een succesvol producer, toen. Na 1996 en 1997 had ik mijn winkel verkocht. Ik kwam echt in zaken terecht maar de liefde voor dat wat me altijd op de been had gehouden verdween. De omzet werd heel erg belangrijk maar de kern waar het in feite in mijn leven altijd om ging, daar ging ik aan voorbij. En ik zag het wel, en ik zag het niet. Ik probeerde het, als het naar boven kwam, te negeren.

Maar door toch weer te zoeken kom je eruit. Ik weet nog dat het begon, toen ik door de Vijzelstraat liep, moeizaam sjokkend weet je, het ene been voor het andere. Iets zei tegen mij: Wobbe hou op met dat gesodemieter. Ik sloeg een aantal keer keihard met deze hand, ik had zelfs blauwe plekken ervan, in mijn gezicht. En nu zal het anders.

Ik dacht: ik moet weer terug naar dat, waar ik me vroeger altijd goed bij heb gevoeld.

Zo ging het. Soms moet er iets in je leven gebeuren, hoe negatief dat misschien ook klinkt, waardoor je in een crash terecht komt, waardoor je ogen geopend kunnen worden voor dingen die je jarenlang over het hoofd hebt gezien.

Ik was wel anderhalf jaar overspannen, maar daarna vond ik de kern weer terug.

Ik noem het wel eens een reïncarnatie. Tijdens dit leven kun je een aantal reïncarnaties meemaken, leren de boeddhisten. En ik heb verschillende keren zo’n les gehad.

We leven in een wereld waarin je om de positieve dingen moet zoeken. En kunst zorgt daarvoor. Dat is heel belangrijk, want ik zie een degeneratie. Ik zeg wel eens, het is misschien raar om te zeggen; de mens wordt in zijn uiterlijk steeds mooier, maar ook dorrer van binnen. Je ziet het in advertenties, in al die opsmuk van: Zo moet je eruit zien. (Zucht) Of je komt een huis binnen en het ziet er precies uit als in de bladen. Alles staat op de goede plaats. (Zachtjes) Ik heb er niks mee. (Fluistert) Ik heb er niks mee.

Hoe het er bij mij thuis uitziet? Superrommelig. Overal staat wat. Soms kom ik het tegen, en soms kom ik het een tijd niet tegen maar ik weet dat het er is, en ik kom het vanzelf weer tegen.

Ik ervaar voortdurend schoonheid op de Voorstreek. Voortdurend. Ik heb duizenden foto’s gemaakt van mensen in de winkel omdat ze me raken.

Ik herinner me een man die eh, door een ongeluk zijn verleden kwijt was.  Zijn verleden was gewoon weg. Ik had hem heel lang niet gezien. Maar op een gegeven ogenblik zie ik een man voorbij lopen met een hond.

De hond die ziet naar binnen en ik denk van: hee, die ken ik. Maar ze lopen door, en even later komen ze weer terug. Die hond trekt echt de man naar binnen toe. Omdat hij vroeger in de zaak kwam, denk ik.

Nou ja, ik raakte met die man in gesprek, heel moeilijk kwam het verhaal eruit, en ineens herkende ik hem. En ik zette muziek op, uit de tijd dat hij bij mij in de winkel kwam. En ineens, ik zag het gebeuren, kwam er weer een stuk van wat hij was kwijtgeraakt, wat hij was vergeten, terug. Wanneer je dat mag meemaken als mens. (Zacht) Aaaaaah, een mysterie. Dat is wat je raakt he?

Wil je nog een thee? Heeft u nog twee thee voor ons? Earl Grey graag. Dit heb ik zeer regelmatig. We zijn allemaal een ziel. Met zijn allen moeten we ervoor zorgen dat we uit deze dorre toestand komen.

En poezie, kunst, muziek en andere mensen, andere mensen kunnen je leiden.

Fedde Schurer heeft een heel mooi liedje. Kamperfoeljeblom heet het. Tarara, tarararararadam  (zingt) En de geur van de kamperfoehoeljeblom. Eh, ik heb wel eens gedacht; dat wil ik bij mijn begrafenis gedraaid hebben. De geur van de kamperfoeliebloem. Wanneer Fedde Schurer de geur van de kamperfoeliebloem ruikt, dan doet hem dat denken aan dingen die hij heeft meegemaakt, aan ontmoetingen. Geweldig vind ik dat, alleen al de geur (lacht) roept het op.

Mijn missie is om een spoor van liefde achter te laten tijdens mijn leven en na mijn leven. Dat is mijn missie. Liefde is schoonheid.

Soms raak ik gefrustreerd, omdat mensen schoonheid niet herkennen. Ik zie het in de supermarkt. Ik heb een hekel aan mensen die voeding die ze willen kopen, zo, in het winkelwagentje gooien. Dan denk ik: God nog an toe. Weet je. Degenererend tegenover dat wat de natuur heeft voortgebracht.

Ik voel dat ik in een artificial, een plastic world zit. Waar mensen aan touwtjes trekken en eh, ons alleen maar afhankelijk willen maken van wat zij brengen.

En het kostbare, dat is breekbaar he. Heel breekbaar. Maar het is er altijd. Leonard Cohen zegt het ook: There is a crack in the darkness. Op zijn laatste cd zingt hij er ook weer over. Er kan duisternis zijn maar altijd zit er een scheurtje in waar het licht doorheen komt. Licht kun je niet tegenhouden.

En ik vind op de Voorstreek meer betekenis dan op de Nieuwestad. Als ik over de Nieuwestad loop voel ik dat het artificial is. De winkels zien er gelikt uit, en mensen lopen er in een bepaalde cocon langs want ze moeten consumeren.

Op de Voorstreek komt een ander slag. Mensen gaan er gericht naartoe om iets te ervaren, iets te zoeken. Er zitten geen marketeers achter de Voorstreek nee. De slager is de slager, doet zijn best, werkt altijd hartstikkene hard. De kapper die ernaast zit, werkt altijd hard, Poort werkte altijd hard en ik werk hard. Ik houd van die mensen.

Maar het wordt steeds minder. Vanmiddag nog had ik iemand in de winkel die vroeger altijd om de twee of drie weken een cd’tje bij me kocht. Ik zei: Goh wat leuk om jou weer te zien, koop je helemaal geen muziek meer? Hij zei: Ik koop al mijn cd’s via internet. Ik antwoordde: Goh wat vind ik dat jammer joh, ik heb altijd leuke gesprekken met je gehad over je ziek zijn, over je moeilijkheden en hoe je er weer uit kwam. We hebben toch hele mooie diepe gesprekken gehad? Ik zei: zo’n gesprek kun je toch niet vergelijken weet je, met achter de computer zitten en op internet muziek zoeken?

(Korte stilte) Dus de mens kiest voor een groot gedeelte jammer genoeg niet voor de medemens, voor de kleine winkels die er hard voor moeten werken, weet je, voor inkomen, om een gezin te onderhouden, daar kiezen ze niet voor nee.

Dus dat hele gedoe over mienskip. Flauwekul weet je. Dat woord. Er is geen mienskip niet. Er is te weinig mienskip. Of er een keerpunt komt? Kwam het maar. Kwam het maar. Werden de mensen maar wakker. Werden de mensen maar wakker.

Maar er is altijd een scheurtje in het zwarte. Absoluut. Er zullen altijd mensen zijn die op een of andere manier toch tegenin gaan, dwars er tegenin, hoe moeilijk het vaak ook is. Want het is er wel wel. Het is er wel. We raken dat wat ons beroert en waardoor we bestaan soms kwijt, maar we leren ook dat we het moeten koesteren.”