Postma IJzerhandel

Alsof het nooit verandert

null

De ouderwetse kassa uit 1906 troont statig op de toonbank, de winkelbel klingelt klassiek en achter laatjes in imposante kasten liggen ijzerwaren. Het winkelinterieur uit 1953 oogt geruststellend ambachtelijk.

,,Ja he?”, zeggen de mannen van Postma IJzerhandel verrast. ,,Wij kijken er heel anders tegenaan. We komen ons hele leven lang hier al.”

Ze knikken bedachtzaam als je zegt dat je eindelijk wel eens wilt leren hoe je gaten in muren moet boren. Hoe werkt zo’n machine nou precies?

Gerard Postma, geduldig, een boortje in zijn vingers: ,,Nou, wou je bijvoorbeeld een gaatje in eh steen boren, gaat hij zo derin. Zo DIEP mogelijk altijd, en dan met de hand….” Hij doet het voor, de boormachine draait, met een licht, bijna frivool mechanisch geluid: ,,Nou klaar.”

,,Waar gebruiken mensen zo’n ding nou het meest voor? Voor schroeven of voor boren?”, vraag je een beetje gedesorienteerd door alle machinerie in de winkel.

Gerard Postma, gedecideerd: ,,Allebei. Zowel voor schroeven als boren. Vandaar dat het ook een schroef-boor-machine heet.”

In het Postma-universum kijken ze niet van op van domme vragen. Onwillekeurig, misschien door de onverstoorbaarheid van Gerard en zijn neef Marcel Postma verlaat je de zaak met een kekke boormachine plus een reserve-accu en het idee dat je meer kunt dan je denkt.

Hoog bovenin de winkel, in een kantoortje als een arendsnest, drinken de mannen hun koffie. Vaste klanten die de mannen niet bij de toonbank vinden, kijken geroutineerd naar boven, naar het raam waarachter het bureau en de administratie prijken. ‘Hoi’, roepen ze, waarna Marcel, of Gerard, of beiden naar beneden roffelen.

Gerard, zorgvuldige dictie, zet zijn zinnen in elkaar zoals hij apparaten in elkaar zet, precies, doelgericht en bedachtzaam: ,,Uiteindelijk is mijn vader Gerrit Postma echt begonnen. Ik ben dan, zeg maar eh, de tweede generatie. Ik heb heel veel samengewerkt, en nog eigenlijk wel met Marcel zijn vader, Jan Postma. Die is hier alle vrijdagen en zaterdagen, dan is Marcel of ik een dagje vrij of we doen even iets anders.”

Ze knikken vriendelijk, als je zegt dat je wanhoopt als iets stuk gaat.

Gerard: ,,Ja. Dan hebben Marcel en ik zoiets van dat je denkt: Ja dat gaan we fiksen.”

Jullie denken dan leuk?1

Gerard: ,,Een uitdaging.”
Marcel: ,,Ja kijk, niet altijd van leuk.”
Gerard: ,,Nee he?”
Marcel: ,,Nee het is ook de tijd. Als je alle tijd hebt is het leuk.”

De broers Jan en Gerard groeiden op in het pand aan de Voorstreek, en ook Marcel bracht er later zijn jeugd door. Vanuit hun kantoortje kijken ze uit op de achtergevel van hun ouderlijk huis. Hoe dat was, opgroeien in de binnenstad?

Gerard: ,,Ik was meer een middenstandskind dan een binnenstadskind. Van kleinsaf aan was ik hier al beneden te vinden, tussen de klanten en de machines.”

Wat trok u zo daaraan?

Gerard: ,,De techniek. Het spelen, ouwe boormachines uit elkaar schroeven, zien hoe het inelkaar zit.”

Dus u hebt altijd de neiging om apparaten uit elkaar te halen.

Gerard: ,,Ja. Ja vroeger heel sterk. En dat komt me nu heel goed van pas als klanten hier met oude spulletjes komen van opa, die ze heel graag gemaakt willen hebben.”

Dan willen ze, omdat een kettingzaag van opa is geweest dat ie het weer doet?

Gerard: ,,Dan willen ze dat het hersteld wordt, dat ie weer oorspronkelijk is. Dat kan niet altijd maar vaak wel.”

U verkoopt vooral merken die de bouwmarkten niet hebben.

Gerard: ,,Je moet je onderscheiden. Ik had hier vorige week ook nog een klant, die had bij een bouwmarkt een eh, een eenvoudige machine gekocht. Ja kapot gegaan. Bonnetje verloren, nou ze wilden niks voor hem betekenen. Via via was hij erachter gekomen dat wij best wel veel reparatieklussen doen. Dan maak je het open zeg maar en denk je, ja het is ook wel echt heel eenvoudig.

Ja?

Gerard: ,,Ja.”

Dan denkt u, mmmmm, dat is eigenlijk heel weinig apparaat dat ik hier zie.

Gerard: ,,Ja. Het is echt gemaakt voor een paar gebruiksuren denk ik.”

Waar wordt zo’n ding dan gemaakt.

Gerard: ,,Nou niet in Europa. Nee.”

En wat zeggen mensen dan, als u dat zegt.

Gerard: ,,Dat begrijpen de mensen vaak ook wel hoor. Dan zeggen ze: Hij was ook niet duur.”
Marcel: ,,Ze schaffen ook bewust die dingen aan om reden van de prijs. Ja, en dan kan het kapot gaan.”

En dan staan ze hier toch een beetje bedremmeld in de winkel tussen alle degelijke apparaten die jullie verkopen of niet

Gerard: ,,Jaaa. ja. Soms.”

En dan gaan ze naar huis met een nieuw ding.

Gerard, klein lachje in zijn stem: ,,Je ziet hoe makkelijk het soms kan gaan.”

Ik liep ook voor ik het wist met een boormachine annex schroefmachine naar buiten.

Gerard: ,,Ja.” (Hij lacht, en Marcel ook)

Dat machines openmaken zat er bij u al vroeg in. Als jongetje al?

Gerard: ,,Ja. Ik las vroeger al die boekjes al van Sjors en Sjimmie enzovoort. (Marcel lacht) Die knutselden zelf een duikboot in elkaar. Ik dacht: Nou als die dat kunnen. De Thunderbirds had je vroeger. Daar was ik ook gek van. Nou ja dat soort dingen, dan raakt je dat eigenlijk.”

Het is avontuurlijk, je gaat op zoek.

,,Ja.”

Wat was het eerste apparaat dat u openschroefde?

,,Nou dat is toch een boormachientje geweest. Het is vaak op op stroom, en mechanisch. Tandwielen, lagers enzovoort. Best interessant.

Ik krijg een beetje een associatie met een patholoog anatoom.

Marcel lacht. Gerard: ,,Ja, nou dat mag wel. Ja.”

Ik denk dat u altijd denkt, bij alles: Hoe werkt dit.

Gerard: ,,Ja.”

En dat u het altijd wilt uitzoeken.

Gerard: ,,Ja vroeger heel veel. Als er bijvoorbeeld een nieuwe boormachine kwam, ja dan schroefde ik die eerst wel even uit elkaar.”

Zei uw vader wel eens: Gerard, doe even niet.

,,Neuh, die vond het ook prachtig. Die was veel meer met klanten bezig en ik meer met de techniek.

En hij dacht natuurlijk: Mooi zo’n zoon, die kan ik wel gebruiken in de zaak.

Gerard, gedecideerd: ,,Nou, zo is het gegaan.”

Eigenlijk bent u geboren voor de zaak.

Lacht. ,,Ja, maar het had ook in fietsen kunnen zijn, of in radio en televisiespullen.

Ik heb helemaal niet de neiging om dingen open te schroeven. Ik krijg het nooit meer in elkaar.

Gerard: ,,Nou, dat heb ik dan ook wel, als hier een klant komt met een tasje en zegt: Mijn buurman heeft er even naar gezien maar die komt er niet helemaal uit. Ja, dat is dan wel vervelend. Want dan is het al helemaal uit elkaar gehaald en dan moet je het eigenlijk eerst weer in elkaar zetten om te zien wat zo’n ding wel doet en wat niet. Dan pas kun je de diagnose stellen.”
,,Maar we kunnen niet alles maken hoor. Nee. De lastigste machines zijn de huismerken van bouwmarkten. Die doen bijna niet aan onderdelenvoorziening.”
Gerard: ,,Die hele kunstscene, veel van die mensen komen hier wel.”
Marcel: ,,Heel veel.”
Gerard: ,,Joris Collier ook, misschien ken je hem wel.”
Marcel: ,,Joris komt hier al heel lang
Gerard: ,,Die heeft ook wel eens een probleempje. Met zijn doedelzak bijvoorbeeld. Dan moet hij ergens optreden, nou dan fiks ik dat even voor hem.”

O ja?

Gerard: ,,Ja.”

Voor doe-het-zelvers-van-niks is deze zaak een andere wereld. Jullie hebben ook sneeuwschuivers staan, die dingen snapt iedereen, maar jullie etalage is verbazingwekkend. Daar kun je heel lang naar kijken, naar al die apparaten in die diepe winkelpui.

Marcel: ,,Het maakt nieuwsgierig.”
Gerard: ,,Een tijdje geleden kwam er een architect uit Groningen die vroeg of hij foto’s mocht maken van de winkel, want .. over… een … tijdje… bestaat… dit … niet … meer. In de brede zin van het woord he? Dus die documenteerde dat gewoon voor het nageslacht. Hij fotografeerde de winkel, de laatjes, de kassa.”

De etalage is ook bijzonder. Die vreet ruimte.

Marcel: ,,Ja klopt. Vaak wordt de gevel gelijk getrokken met de winkel.”
Gerard: ,,Ja, in de jaren zestig en zeventig. Het hout eruit, aluminium pui ervoor, heb je weer een paar vierkante meter. Maar wij hebben dat helemaal niet. Die winstmaximalisatie, omzetvergroting, we hebben dat altijd anders bekeken. De klant staat centraal, die probeer je in de watten te leggen en dan komt de rest vanzelf.”
,,Je hebt ondernemers die precies uitrekenen wat de opbrengst per vierkante meter is. Die kijken wat ze vorig jaar hebben verkocht op dertien december en kijken bijna per uur of ze dat bedrag een jaar later weer halen. Maar ik bezie de omzet eigenlijk niet eens per maand. Het loopt altijd wel. De ene dag is wat minder en de andere dag is beter, en aan het einde van het jaar zeggen we nou hartstikke goed.”

De lol is toch om problemen op te lossen, ook als iemand een tas omkeert op de toonbank.

,,Ja. Zodra we maar even denken: we kunnen de klant helpen dan zal ik het zeker proberen. En de klant verwacht het vaak niet he. Die heeft al een paar keer nul op het rekest gehad en dan zijn ze hartstikke blij. In de zomer komen ze vaak langs met ijs, of in december met oliebollen of wijn, dat is me meer waard dan het geld.”

Misschien denken ze ook: Ooo, dan zit Gerard Postma urenlang over dat apparaat gebogen en dan kost het maar 35 euro.

,,Kan. Jazeker. Dat heb je denk ik ook omdat je met de klanten bent opgegroeid. Vaak kwamen ze hier vroeger al met hun vader. En heel veel mensen komen hier ook een praatje maken. Die willen bijvoorbeeld een auto kopen en vragen dan om advies. Omdat ze weten dat ik techniekliefhebber ben. Of ze overwegen om een huis te kopen en vragen: Wat vind je hiervan? Soms zeg ik Zul Je Dat Nu Wel Doen, eerst een nieuw huis kopen zonder dat het oude verkocht is?”

Jullie zijn goed in analyseren. Kijken jullie zo ook naar de Voorstreek?

Marcel: Ja die is veranderd. Maar we maken ons geen zorgen, doen we sowieso niet snel. (Gerard lacht) Ook omdat we altijd onze eigen koers varen. Altijd al gedaan. En het is de realiteit dat er minder ruimte is voor winkels omdat online toeneemt.”

U verkoopt zelf ook via internet.

Gerard: ,,We hebben goed op de website staan dat we al heel lang bestaan. Dat geeft de mensen vertrouwen. Kijk, de helft van de nieuwe internetwinkels, is na een tijdbestek van een jaar of vier alweer weg.

Ze stunten als een dolle om marktaandeel te verkrijgen.

Gerard: ,,Ze zetten wel om maar ze verdienen niet.”
Marcel: ,,Prijs is een heel belangrijk element op internet.”

Is het moeilijk voor ondernemers om zich niet persoonlijk aangevallen te voelen als klanten zeggen: Och, ik ga wel naar de Gamma of ik winkel liever online?

Marcel: ,,O ja, ja ja. Dat maak je wel eens mee. Maar dat speelt in onze branche al heel lang. In de tijd dat de bouwmarkten opkwamen, zeker tien jaar geleden, verkochten we dezelfde merken, en dan kwam het wel eens voor dat mensen hier naar spullen informeerden, maar daarna zag je ze niet meer terug. Daar was ik wel eens chagrijnig onder, maar daar wen je aan. En eh ja, we dachten nooit: we weten niet hoe het komt.”
Gerard: ,,Mijn moeder is 92, die is best betrokken bij het reilen en zeilen. Die vertel ik dan wel hoe het hier gaat in de winkel en dan zegt zij: Ik zou het niet meer kunnen en begrijpen.”
,,Haar telefoon was laatst kapot. Nou dan bestel ik een nieuwe op internet, met de Ipad op schoot. ’s Avonds besteld, de volgende dag werd ie gebracht.

En voelt u zich dan niet schuldig?

Marcel, lacht: ,,Hij kwam bij Expert in Leeuwarden vandaan.”
Gerard: ,,Jjjjaaaaa. (Lacht ook) Bij Bol.com zal ik nooit iets kopen of bestellen. Want je krijgt het niet via Bol.com, heb ik het idee, maar van duizenden zaken die eronder zitten. Nee, ik koop het liefste op de Voorstreek, he? Dus bijvoorbeeld bij TDC, of Boonstra electronica, of Jagersma. En als ze het niet hebben ga je het anders zoeken.”
,,We hebben klanten die verhuisd zijn, en dan via onze internetwinkel iets kopen wat ze zoeken. En dat ze dan even bellen, hartstikke leuk. Laatst nog een klant, die was geemigreerd naar Duitsland.” Zet stem op: ,,’Mijn winkeltje is er nog!’ Dan zijn mensen verbaasd en blij dat we er nog zijn.”

Vraag aan Marcel. ,,U zou ook nooit via Bol.com bestellen?”

Hij knikt: ,,Ik wel hoor. Ja hoor.”
Gerard: ,,Dat is een generatieverschil.”

Door internet is de machtspositie van klanten wel groter geworden toch? Ze kunnen je gewoon online een slechte beoordeling geven.

Marcel: ,,Ja zeker.”

Dat lijkt me best lastig.

Gerard: ,,Ja.
Marcel: ,,Klopt.”
Gerard: ,,We MOETEN een of twee keer per jaar toch voor ons gevoel TE ver gaan om de klant toch maar gelijk te geven. Om die reden.”

En dan komt ie weer terug en zou je het liefst voor de deur gaan staan om hem dicht te houden want dan komt er wel een lastpak binnen.

Gerard: ,,Ja. Maar die kwamen bij Poort. Die komen bij de TDC en die komen hier. Dat is echt een PAAR keer per jaar dat je in een lastige situatie zit.”
Gerard: ,,Probeer er maar weer wat van te maken he. Laatst kwam er een machine terug van een klant. Die had vorig jaar zeg maar een eh, internetbestelling gedaan. ….. En die had nu zo’n zelfde machine kapot. Die stuurde hij terug met het verhaal dat het ding een jaar oud zou zijn. Nou dat is dan even vervelend.”

Want het apparaat was veel ouder?

Gerard: ,,Ja.”
Marcel: ,,Ja.”
Gerard: ,,Die klant had een werknemer met de machine naar ons toe gestuurd. Ik zei: wat mankeert er dan precies aan, en het was allemaal een beetje vaag. Maar ja, uiteindelijk dacht ik: ik bel DE BAAS maar eens op op een rustig momentje. Nou hebben we er even over gesproken en toen ging hij uiteindelijk toch door de knieën. Hij gaf toe dat bewust de verkeerde machine opgestuurd was. Misschien zelfs een machine die wellicht hier niet eens gekocht is. Dat is dan ook nog maar de vraag.”
,,En eerder zei hij wel: Nou mooie service is dat, dat jullie kosten gaan berekenen voor een ding dat ik nog niet een jaar in gebruik heb. Ik dacht: laat hem eerst maar even praten. En dan de bal terugkaatsen….

Korte stilte.

,,Maar dan nog probeer je vriendelijk te blijven, dat je voor een redelijk bedrag de klant, want het is toch een klant, gaat helpen. En zo ga je toch weer goed uit elkaar.

Het is wel een rotstreek.

Gerard, kort: ,,Ja. Maar het hoort ook een beetje bij de middenstand.” Het klinkt bijna zen. En de winkel ademt rust. Het is er 2018 en 1953 tegelijk.

Jullie zijn de enige echt ouderwetse gereedschapszaak nog in de binnenstad.

Gerard: ,,Ik denk het ook.”
Marcel: ,,Binnen de stadsgrachten.”
Gerard: ,,Vaak hebben we klanten die zeggen: Jullie blijven toch nog wel even he? Ja, zeggen we dan. We gaan nog wel even door. Je verbindt er geen tijd aan.”

Nog even over jullie pui. Ik denk dat er winkeliers zijn geweest die dachten, in een moderniseringsslag, als ze de pui rechttrokken…

Gerard: ,,Om meer vierkante meters te krijgen.”

…Dat ze dat deden en dan dachten: Dat doen we voor de klant. Maar jullie hebben dat soort fratsen altijd weten te weerstaan. Ook de letters op de gevel zijn volgens mij nog oud.

Gerard: ,,Nou wel, het is eh, drie jaar oud, splinternieuw. We hebben de gevel laten aanpassen maar wel mooi helemaal nieuw laten stukadoren en opmetselen en betegelen. We hebben er lang over nagedacht om een lettertype te verzinnen, en die letters hebben we nieuw laten maken.”

Ze lijken gewoon oud.

Gerard: ,,Ja. Dat hebben we met opzet gedaan. Natuurlijk.”
Marcel: ,,Voor de tijd hadden we zo’n…
Gerard: ,,Zo’n jaren zeventig lichtbak. Ik heb dat nooit echt mooi gevonden. Je ziet nog wel van die lichtbakken. Het is geen gezicht. Op een gegeven moment dacht ik, in het kader van culturele hoofdstad: Nou moeten we onze gevel ook aanpassen. Die oude lichtbak eraf. Er zaten twaalf van die TL-buizen in. Op het laatst bleeeef je aan het vervangen. Ik denk: Nou ben ik er klaar mee, dat ding eraf.”
,,Dan is het heel gebruikelijk dat je de oude gevel omtimmert met van dat nep-hout met steenplaten erover heen, maar ik dacht: Dat moet maar niet. We hebben de oude gevel eraf laten bikken. Nieuw laten stukadoren. Tegenzetters nieuwe tegels erop laten monteren. Toen hebben we nagedacht over de letters. Maar het was nog best wel even een strijd om een aannemer te vinden die dat traditionele tegelwerk nog even wil doen.”
Marcel: ,,Ja. Het is iets anders dan een badkamertje betegelen kennelijk.”
Gerard: ,,Uiteindelijk zijn er een aantal bedrijven bij geweest.”

En jullie moesten die druk weer weerstaan van waarom doe je het niet zo, niet gemakkelijker.

Gerard: ,,Nou we hadden wel een aantal bedrijven als klant nota bene en die wouden het niet. Dan denk ik even aan Mark, en aan Edwin. Die zeiden: allemaal hartstikke mooi Postma maar dat doen wij niet jong. En waarom niet, dat weet ik dan ook niet.”

Maar het mooie is, het ziet eruit alsof het altijd zo was.

Gerard: ,,DAT wilde ik. Ja. Op de hoekjes zitten er heel mooie aluminiumstripjes. Als je er op let zeg je: Hmmmm, mooi gedaan.”

Maar bij jullie zullen niet snel klanten binnenkomen die zeggen: Jeetje wat is hier gebeurd?

Gerard: ,,Wel op het moment dat ze ermee bezig waren.”
Marcel: ,,Ja.”
Gerard: ,,Maar daarna denkt iedereen; alsof het nooit veranderd is.”

Dat is ook het geheim he?

Gerard knikt, bijna geluidloos: ,,Jaaaa.”