Poort

‘Neeeeee, we nemen geen afscheid'

Straks wordt op nummer 6 gewoond, in nieuwe appartementen. Maar eigenlijk behoort het pand toe aan de muziek.

,,Hoewel ik al 25 jaar niet meer in Leeuwarden woon, spreek ik nog geregeld vol ontzag over ‘die blonde van Poort’, schreef een oude klant op Facebook.

,,Als ik niet wist wat ik zocht en alleen maar een deuntje kon fluiten, ging ik naar Poort en feilloos plukte ze de juiste plaat uit de bakken. Diepe buiging voor een genie.’’

De blonde wist alles. Jeannette Sambrink-Wilkes bestierde de popafdeling. Achterin troonde haar eveneens blonde zus Sophie Kooistra-Wilkes tussen de klassieke cd’s.

In januari dit jaar stopten ze met de zaak.

PoortTekengebied 1groot geel2

Sophie, een maand voor de sluiting: ,,Ik ben heel druk in het hoofd.”

Jeannette: ,,Mmmm.”

Sophie: ,,Ik droomde dat de koper kwam. Hij zei: Vind je het goed dat ik die hele muur van klassiek alvast weghaal? Ik dacht: oooo, dat kan je niet doen maar Jeannette stond erachter van: Doe maar, doe maar. Ooooooo. Ik vroeg: Waar moeten de cd’s dan heen? En de koper zei: Die zetten we allemaal in het midden van de zaak, dat komt wel goed.’’

,,Dus ze gingen die muur afbreken en in een keer komt er een heel mooi raam te voorschijn. Met uitzicht op de zee. Oooo, ik dacht, dan heb ik hier dertig jaar gestaan en heb ik nooit geweten dat ik zo’n mooi uitzicht had.”

Jeannette lacht.

Sophie: ,,En toen kwam er een klant die vroeg: Jeetje, waar zijn we eigenlijk? Ik zei; ik zou het niet weten, het lijkt wel Schoorl.” (Ze proest)

,,Hij keek en hij zei: Nee joh, ik zie de coffeeshop, dit is de Korfmakerstraat. Nou ja, dat soort dingen, hoe kom je erbij? Ik denk dat het de emotie en alles is. Iedereen komt afscheid nemen. Bloemen, hoeveel bloemen hebben we wel niet gehad.”

Jeanette: ,,Chocolaaaaaaa.'' Sophie: ,,We kunnen de deur straks niet meer uit.'' Jeanette: ,,Neeeeeee, niet weer chocolaaaaa.''

Poortmusic 1980

Jeannette: ,,Weet je wat het is, we bezorgen ook cd’s. Afgelopen zondag moest ik even naar Johan van der Wal. Hij had een nieuwe cd van Freek de Jonge besteld en ik had hem nog even wat van die LP-boxen beloofd.”

Dus daar ging ik naartoe. Want die man die kan de deur niet meer uit.” Stokt even: ,,Maar dat is straks ook afgelopen. En die mensen hebben geen internet. Dus ja. Het is veel meer dan alleen de winkel.”

Sophie: ,,Het is ook een sociaal gebeuren.” Jeannette: ,,En de mensen, och ze zijn zo dankbaar. Ze vinden het verschrikkelijk dat we vertrekken.”

Sophie: ,,Ja, die vinden het echt erg.”

Jeanette: ,,Johan van der Wal is in de negentig. En die zegt gewoon: we nemen geen afscheid.”

Sophie: ,,Neeeeeee, dat zeggen heel veel hoor.”

Sophie over haar vader Jacob Dietrich Wilkes, die de zaak in 1967 overnam van naamgever August Haring Poort: ,,Mijn vader was totaal ongeschikt voor de popafdeling. Op een gegeven moment stond Andre Hazes, De Vlieger op nummer een, maar die hadden we niet meer, hij was uitverkocht. Zei een meisje: De Vlieger, ik wil graag een plaatje van De Vlieger. Mijn vader had geen idee waar ze het over had en zei: ‘Vlieger in de lucht, touwtje kapot, vlieger weg. Ik heb geen vlieger’. En wij riepen: pap, dat kun je niet maken!’’

Achter de deur van nummer 6 liggen mensenlevens, en op zolder waart een spook. Volgens de verhalen pleegde een oud-bewoner er zelfmoord. Ooit vluchten de zusjes doodsbenauwd naar de buren omdat ze voetstappen op de zoldertrap hoorden.

Sophie: ,,Mijn vader ging vroeger een keer per jaar naar boven om de kerstspullen op te halen. Dan stond ik als klein meisje op de overloop, dan was -ie even uit zicht en dan dacht ik: Nou, die zien we nooit meer terug.’’

De muren beschermden onderduikers die in de Tweede Wereldoorlog op het binnenplaatsje bij de poepton schuilden. Ze danken hun leven aan oude meneer Poort, die zo zuinig was, dat hij gebruikte papieren zakdoekjes bij de kachel te drogen hing.

In de pauzes kreeg het winkelpersoneel kale ontbijtkoek. Boter was te duur. Op een ochtend, meneer Poort was even weg, smeerde een van de meisjes boven snel, snel toch een lik roomboter op haar koekplak. Toen de baas plotseling toch binnenkwam plakte ze in een reflex de koek onder de tafel.

De muren zagen ook de blijdschap van Sophie, toen ze in de jaren zeventig nieuw behang in haar slaapkamer kreeg. Voortaan keek ze vanonder haar oranje deken naar honderden bruine cocker-spaniel-puppies. Ze zag ze staan in een behangboek van schildersbedrijf Dames op de Voorstreek want de Voorstreek was immers een zelfvoorzienende planeet.

Sophie: ,,Ik weet nog wel dat ik een keer een puntenslijper bij VenD had gekocht.’’

Met een knikje naar Jeannette: ,,Zij had een puntenslijper in de vorm van een vuilnisbak, zo’n grote asemmer. En die wou ik ook. Dus ik heb mijn spaarpotje leeggehaald en ben met mijn geld naar de VenD gegaan. Ik legde het op de toonbank en de kassajuffrouw ging tellen maar ik had niet genoeg. Toen pakte die mevrouw haar tas en legde het zelf bij.’’

,,Ik was hartstikke blij dus ik naar huis. Toen zei mijn vader: ‘Hoe kom je daaraan’. Ik zei: ‘ik heb hem betaald van mijn eigen geld’. Nou, ik hoefde hem nog net niet terug te brengen maar hij was het er niet mee eens. Een puntenslijper kocht je bij de kantoorboekhandel hier. Bij De Haas en de Boer en niet bij VenD, want die maakte de hele middenstand kapot. Ik was zeven jaar ofzo, en het werd er bij mij al goed ingewreven.’’

,,Wat ik daaraan heb overgehouden? Je koopt niet via internet tenzij het niet anders kan. Ik zou het niet in mijn kop halen om drie paar schoenen te bestellen en twee weer terug te sturen. Nee, ik ga naar de winkel. Ik ga naar Kamsma. En vroeger gingen wij naar Van Kesteren. Daar kochten wij de schoenen.’’

PoortTekengebied 1groot2

Jeannette: ,,Mama kocht alle babykleding en kinderkleding bij Copini. En onderbroeken en pyjama’s bij De Faam.’’

Sophie: ,,Boeken haalden we bij de Noord-Nederlandse boekhandel. Je kocht bij de winkelier en dat doen wij nog steeds. Ik weet nog dat pa naar buurman Elzinga op de Kelders ging en er voor een heel groot bedrag spullen kocht. Bezems en schrobbers en tandenborstels, pledge, stofdoeken. Want naast Elzinga ging de Kwantum open.’’

Jeannette: ,,Elzinga was veel te duur met alles.’’

Sophie: ,,Ja hij was veel te duur met alles. Het waren twee zusters en een broer. Ze hadden een zaak met touw, en emmers, en allemaal huishoudelijke spullen. En op een dag ging De Kwantum ernaast open.’’

Jeannette: ,,Dat was heel erg.’’

Sophie: ,,Heel erg. Elzinga zat in de winkel en zag op de openingsdag van De Kwantum rijen mensen in de straat staan. Ja hoor, ook klanten die altijd bij hem kochten. Hij stond in de deuropening en riep: die trappen zijn helemaal niks en die borstels en die schrobbers die hebben ook geen kwaliteit. Papa is er toen geweest met mij. Die heeft heel veel gekocht.’’

Jeannette: ,,Dat hadden we helemaal niet nodig. Hij kocht wel voor tien jaar spullen.’’

Sophie: ,,Hij riep; dat komt wel weer op. Er gaat wel weer een bezem kapot. Dat idee van, we moeten die man nu helpen.’’

Jeannette: ,,Het was ook heel zielig. De mensen stonden in een lange rij voor gratis dingen. De eerste drie klanten kregen een gratis tv ofzo.’’

Jeannette: ,,Of we ons wel eens ergeren, aan consumenten van nu? Nouuuuu…, mensen zijn ontevreden. Ontevreden en verwend.’’

Sophie: ,,Niet leuk.’’

Jeannette: ,,Mensen zijn niet gelukkig. Ik weet niet wat het is.’

Sophie: ,,Vroeger bestelden mensen een lp en dan zei mijn moeder: Over twee weken is -ie er, u krijgt wel een telefoontje. Tegenwoordig willen mensen alles NU hebben. En als je iets niet hebt en aanbiedt om het te bestellen zeggen ze (snauwt): Dat kan ik zelf ook wel.

,,Laatst sprak ik met een dame die een boekhandel heeft. Die heeft nu ook een postagentschap in de winkel. Mensen kunnen bij haar dus pakjes ophalen. En dat is raar hoor. Want dan komen er mensen aan de toonbank die zeggen dat ze een boek hebben besteld. En als zij dan naar hun naam vraagt, omdat ze denkt dat ze het boek via haar zaak hebben gekocht, kan ze hun naam niet vinden omdat ze bij ECI hebben gekocht, of bij Bol.com. Pijnlijk. Mensen kopen dus liever anoniem via internet. En zij, de boekhandelaar, overhandigt de pakjes, in de winkel waar mensen niks meer kopen.”

Jeannette: ,,Wij werkten de laatste jaren ook met Bol.com samen.’’

Sophie: ,,We zagen dat we via Bol meer bestellingen binnenkregen dan via onze eigen site. Dat was bijna eng.’’

Jeannette: ,,Op een dag verwerkte ik via Bol een bestelling van een vrouw die op de Tweebaksmarkt woont. Hier pal achter. Ik zal het nooit vergeten. Het was een cd van Adele. Ik denk dat die klant niet eens wist dat wij hier zaten. Ik had die cd zo bij haar langs kunnen brengen, maar hij is op de post naar Zwolle gegaan. En vanuit Zwolle weer naar Leeuwarden. Daar betaalt zo’n klant dan 1,99 verzendkosten voor. En daar kun je kwaad om worden, maar zo gaat dat. Mensen komen de deur niet meer uit. Mensen kennen de winkeliers niet meer.’’

En nu? De zaak is gesloten, de laatste meubels uit het ouderlijk huis weggegeven, bouwvakkers klossen door de panden.

Sophie: ,,Iedere dag is een cadeautje hoor. Vanmorgen lag ik al om half negen in het zwembad in Burgum.’’

PoortTekengebied 1groot geel2