status

KNOPEN
KONINGIN
null

De knopenwand gaat van wit, naar beige, naar geel, naar groen, naar blauw, roze, oranje, naar hou maar op. Een knoop is een sluitstuk, slagroom op een gebakje. Met een misse knoop, weet Margret Jagersma, kun je alles verknallen of juist optillen.

Ze zit achterin de winkel, waar ze met steun en toeverlaat Nieske de nieuwste knopencollecties bekijkt. Vertegenwoordiger Peter Baum, brilletje, Twents accent, beige gebreid vestje onder een tweed colbert, humt, knikt en noteert mee.

Margret: ,,Wat zijn de kleuren voor het volgend voorjaar, pastels mag ik aannemen weer? En die spelden moeten we goed bijvullen. Als een gek gaat het.’’

Ze roert tinkelend haar koffie. Bladert gedecideerd voorbeeldboeken door, wrijft met haar vingers over knoopjes.

SMAAK

,,Nee. Nee. Dit vind ik dus wel weer mooi. Die kurk. Twee maten. Die vind ik wel mooi. Niet die grote knopen, die vind ik lelijk. Je hebt van die mensen, die hebben dan zo’n heel kort vestje, en dan willen ze er drie op. Nou dan heb je dus een dame van 1.65 meter en dan drie van die bombastisch grote knopen en dan denk je: Pfooooeeeh. Weet je, dat is geen gezi…… Dat is meer knoop dan mens. Weet je, je kunt natuurlijk niet tegen een klant zeggen: Dit kan echt niet mevrouw, dit kan echt niet. Maar we denken het wel eens.’’

Nieske grinnikt.

Margret: ,,Echt foeilelijk. Maar goed, het is ook smaak he? Vaak is een knoop het sluitstuk van je harde zwoegen, breien, naaien. En dan kan het stijltje door een knoop bepaald worden, daar zijn wij dan weer voor.’’

,,Maar als mensen een bepaald beeld hebben uit de Knip of een ander blad waar ze dit gezien hebben, en die knoop hebben we niet, of die hebben we wel maar we leggen er iets anders op… Sommige mensen raken helemaal in de war. Die zeggen: Ja, maar ja op het plaatje stond dat.’’

,,Die mensen heb je best veel, dus daar moet je wel een beetje mee oppassen. Je kunt niet zeggen: Dat ziet er niet uit. Nee. Het modebeeld wordt bepaald door de modebladen. Maar als jij een supermooie stof hebt. Een zijden stof en je gaat er een plastic knoop opleggen… Zoooooooo zonde van je harde werken.’’

STOM

Ze is de knopenkoningin van de Voorstreek. Zij, motormeisje, monteur en voetbalfanaat uit een Overijssels dorp. Haar moeder hield van handwerken, haar zus evenzo (,,die moest je toen ze twintig was nog de kroeg induwen’’), zij vond het stom.

En kijk nu.

,,Ik wist niets. Ik kon helemaal niks. Ja, ik heb vroeger wel een tijdje naailes gehad, van mevrouw Leistra, maar ik vond het  echt heel stom. Ik was liever buiten. De jongens van de monteursopleiding lachen zich een slag in de rondte joh, als ik ze zou vertellen wat ik nu doe. Maar je hoeft niet te kunnen naaien om naaimachines te verkopen. Zestig procent van de verkopers zijn mannen, die kunnen geen steek naaien. Tuurlijk niet.’’

,,Toen mijn schoonvader dreigde de zaak te verkopen vroeg hij aan mij of we de zaak wilden overnemen. We liepen in Beetsterzwaag in het bos, hij vroeg: wat moet ik nou, moet ik de zaak verkopen? Ik zei: Ach nou ja.’’

,,Thijs en ik werkten in de horeca en ik heb nog nooit zoveel scheidingen zien gebeuren als in de horeca. Je houdt een tijdje vol, maar niet zo lang hoor, en toen kwam pa met dit verhaal. Dus we zeiden ja. En mijn schoonmoeder keek me aan met een blik: Die is gek.’’

,,We verhuisden naar Leeuwarden en verfden het huis waar mijn schoonouders altijd hadden gewoond wit en zalm. Dat was in, toen. (Lacht) Was toen helemaal hipperdepip. Ik had ook een roze kerstboom.’’

,,En ja, klopt, het was altijd het territorium van mijn schoonmoeder geweest. Hoe ik dat veroverde? Nou niet. Ze kwam elke dag.’’

KOKOS, VERSCHRIKKELIJK

,,Mijn schoonvader zijn passie lag bij de knoopjes, het contact met klanten, de gesprekken, hij was filosofisch ingesteld. Zijn hart lag niet bij de naaimachines. Maar hij zat er dertig jaar in en je sluit wel wat af. De makkelijkheid waarmee hij de deur dichtdeed op zijn laatste dag, verbaasde ons enorm. We hebben nooit, nog nooit een patstelling gehad. Mijn schoonmoeder was een ander verhaal, maar mijn schoonvader niet, die was blij dat hij eraf was.”

Peter Baum legt een nieuw boek op tafel: ,,Kokos.’’

Margret: ,,Niks mee. Echt tuttig. Truttig. Kokos, verschrikkelijk. Echt, ik vind het echt, dan moet je echt in een wolwinkel zitten ofzo.’’

Peter Baum: ,,Ja die verkopen het goed.’’

Margret: ,,Wij niet. Wij verkopen het echt superslecht. Die klanten hebben wij niet.’’

Peter Baum: ,,Nee?’’

Nieske: ,,Het is voor die grote kleding. Voor die… mja.”

Margret trekt vies gezicht: ,,Ik zeg nu even niks. (Bladert verder) Nou, dit vind ik ook echt ambachtelijk lelijk. Verschrikkelijk.’’

Peter Baum: ,,Maar je wou die kurk hebben, die kurk voorin?’’

PAP BEMOEI JE ER NIET MEE

Margret even later: ,,Parels. Ja die gaan dus goed. Dat is natuurlijk super tijdloos.” (Bladert en grinnikt) ,,O, ankers. Ik word gek van die ankers, we komen er nooit meer vanaf.’’ (Lacht) Weer ankers Nies. Mijn schoonvader, die in 2002 overleed, was verzot op knopen met ankers. En op paarse knopen. We hebben er echt wel tien jaar over gedaan om van die voorraad af te komen. Die man kocht alleen maar paarse knopen in. Echt, ons vakje puilde uit.’’

,,En zal ik je een leuk verhaal vertellen?” Tegen Peter Baum: ,,Was jij erbij toen? Dat paars weer eens een keer in de mode kwam. Nienke en ik zaten hier, we keken naar paarse knopen en toen ging de deurbel maar kwam niemand binnen. Echt waar.”

Nieske: ,,Ja. Hij ging inderdaad. Maar hij gaat wel eens vaker als er niemand is.’’

Margret: ,,Maar het was toch toevallig?’’

Nienke: ,,Ja het was toevallig, dat we de paarse knopen bekeken…’’

Margret: ,,We hadden het over paarse knopen en ik zei: Nou misschien moeten we weer wat paarse knopen gaan kopen en op dat moment, ieeeeeee (imiteert de winkelbel), ging het belletje.’’

Nieske lacht.

Margret: ,,We keken naar de deur en ik zei: Nou, mijn schoonvader komt ook binnen. Echt waar. Bizar. Dat is toch stom? Het was wel heel toevallig dat de winkelbel toen afging. Maar ja, gut, we hebben ze niet gekocht. Tuurlijk niet. We blijven in control hier he? Ik zei: Pap, bemoei je er niet mee.’’

,,Toen Thijs en ik hier kwamen wonen had pa hele partijen knopen opgekocht. Ze lagen tot aan het plafond. Stapels. Die hebben we allemaal in kokers gestopt. Op kleur. Eerst moesten ze gewassen, in een vergiet. En daarna knutselde mijn moeders knopen op de kokers. Het was vreselijk. Overal in de keuken lagen bakjes met knopen die nog gewassen moesten worden. Het heeft wel een jaar geduurd voordat alles weg was.’’

Bladerend door een Italiaans voorbeeldboek: ,,Kijk toch hoe mooi dit is… Moet je kijken. Supermooi. Echt mooi.’’

LACHEN EN HUILEN

De sfeer is vertrouwelijk. Margret tegen Peter Baum: ,,Jij komt al veertig jaar toch? En vroeger hadden we meneer X. Het was de slechtste vertegenwoordiger, de slechtste vertegenwoordiger die je kon hebben. Hij was gewoon hartstikke slecht. Hij maakte er een potje van.’’

,,Als je terracotta band had besteld, kreeg je knaloranje. En wat deed ie wel meer nog fout? Ja alles.’’ (Lacht) ,,Alles ging fout bij die man. Maar weet je, die man was integer, een verschrikkelijke lieve man. Waar meneer X was, daar waren wij. En op een gegeven moment stond hij voor de toonbank en zei: Ik stop ermee. Dat is nou twee jaar geleden. Toen was hij al dik over de 65. Maar hij moest huilen, en ik moest ook wel een beetje huilen. Ik moest echt wel huilen. Want hij heeft mijn man, hij heeft Thijs zien opgroeien he? Zo lang heeft hij hier rondgelopen.’’

En dan is er ook nog Cor, die het soms zwaar te verduren krijgt. Margret: ,,Maar hij blijft komen hoor. Tuurlijk blijft hij komen.’’

Ook na de pepernotengrap? Grijnzend: ,,Natuurlijk.’’

STOUTE ITALIANEN

Een borduurmachine snort. Thijs Jagersma, expert in de bedrijfs-borduurmachinerie, belt met een klant. ,,Wat is het probleem ermee? Kun je me dat uitleggen?’’

Aan tafel gaat het over de beurs in Keulen, een paar jaar geleden, toen de Italianen ineens bruine schoenen onder blauwe pakken droegen.

Margret, pret in haar stem: ,,Al die mannen, al die brave mannen van ons liepen keurig in blauwe pakken met zwarte schoenen. En die Italianen, van die snelle jongens allemaal, droegen van die strakke pakjes en BRUINE SCHOENEN. Wij vrouwen hadden het er ’s avonds onder het eten nog over. HEB JE ZE GEZIEN, die bruine schoenen.”

Peter Baum: ,,Dat is nu normaal he?’’

Margret: ,,Ja maar toen niet. En ineens hadden ze het allemaal. Niet een Italiaan, nee gewoon allemaal. Volgens mij hadden ze het gewoon afgesproken voor de beurs: Jongens wisselen!’’

Peter Baum: ,,Zoals Mario, dat soort mannen he?’’

Margret, gretig: ,,Mario Bonfanti. Charmante man.’’

Peter Baum grinnikend: ,,Net Berlusconi he?’’

Margret: ,,Het spel. Het spel wordt gespeeld. Als je meneer Bonfanti ziet, weet je meteen wat voor vlees je in de kuip hebt. Hij heeft altijd een vrij licht pak aan, in maart heeft hij gewoon een licht pak aan, het kan hem allemaal niks schelen. Je slaat hem echt niet over. Maar hij slaat jou ook niet over hoor. Er ontgaat hem niets. Geloof mij, geeneen vrouw ontgaat hem. Het is net een arend. Hij heeft, zoals wij het in het Drents zeggen: Hij heb ogen as in arend. (Lacht) Hij ziet alles. Hij ziet alles. En het spel wordt gespeeld. Ik moet altijd vreselijk om hem lachen hoe hij dat doet, hoe hij het aanpakt. Het is niet vervelend hoe hij met vrouwen omgaat. Ik vind het heel charmant.’’

Peter Baum: ,,Nee, nee, nee, hij is helemaal niet vervelend.’’

Margret: ,,Hij vroeg een keer aan Thijs, of we wel eens in Italie waren geweest. Nee zei Thijs: ik moet niks van Italiaanse mannen hebben. Bonfanti zei: Ik snap niet waar je je druk om maakt. Als je goed voor je vrouw zorgt heb je niks te vrezen.’’

Peter Baum: ,,Nee.”

Margret: ,,Dat zei -ie, weet je. Don’t worry, zei hij gewoon, als je maar goed op je vrouw past dan is er niks aan de hand. Dan heb je niks te vrezen van Italiaanse mannen. Nou ja, dat soort opmerkingen maakt hij met een dikke knipoog.’’

Nieske lacht: ,,Ja inderdaad. Een heel charmante man.”

Margret: ,,Wij slaan hem nooit over.’’

Naar de knopen weer. Klapperende bladzijden, snelle besluiten: ,,Nou dit slaan we wel over.’’