Jennifer Ogboi
kleine reuzin

Er was rode grond, er was stof, er was een ziedende hitte. Het leven vond grotendeels buiten plaats. Binnen, in de hut, zocht de kleine Jennifer verkoeling. 

Haar moeder was de eerste vrouw van haar vader. Toen er meer vrouwen kwamen, kreeg ze het moeilijk. Ze werd min of meer verstoten. Moeder en dochter moesten leven van de restjes die overbleven.

Armoede, echte armoede, vertelt Jennifer Ogboi.

Nu, jaren later, leeft ze te midden van overvloed. De verzameling spullen en etenswaren die ze aan de Voorstreek in Jennifers Afroshop verkoopt is bont en divers.

Van erwten tot stokvis (die ze in Noorwegen op de kop tikt), van pruiken tot teenslippers. En achterin de zaak, een kapsalon waar klanten hun haren kunnen laten invlechten of middels extensions kunnen verlengen. Ieder Nigeriaans meisje kan dat, invlechten: je leert het van vriendinnen, van je moeder of van je zus. ,,Wij zitten altijd aan elkaars haar”, zegt Jennifer, die zelf ook gezegend is met een imposante bos.

Na de dood van haar vader verlieten moeder en dochter hun hut. De situatie met de andere echtgenotes was onhoudbaar geworden. Overal was geweld en uitsluiting. Jennifer werd door een mensenhandelaar naar Nederland gelokt – wat een ticket naar vrijheid en weelde leek, bleek te leiden naar een kamer in Groningen, naar een leven vol misbruik en onmondigheid.

Maar Jennifer is een overlever. Ze wist te vluchten, kreeg hulp, herstelde, rees weer op. Een winkel, een levenspartner, een huis, kinderen die een goede baan vonden. Ze wist ook haar bejaarde en zieke moeder, die ze in Nigeria achter had moeten laten, naar Nederland te halen. Nu mist ze alleen haar zus nog, maar die is vooralsnog onvindbaar, volgens sommigen straatarm en ernstig ziek. Ze rust niet. Jennifer is sterk. Ze strijdt, omdat ze zeker weet dat iedereen recht op een leven heeft, een leven in vrijheid en autonomie.

Wie wel eens bij haar in de winkel komt, ziet een kleine vrouw. Maar haar stem davert als een kanon. Voor lastige klanten deinst ze niet terug – daar stapt ze juist op af. Wat er dan gebeurt, is haast niet te beschrijven. De kleine vrouw groeit. Ze wordt een reuzin die wie dan ook de les leest, vastberaden om het laatste woord te hebben. Een onverzettelijke zakenvrouw.

,,In Nigeria kregen we een keer per jaar een blikje sinas. Met kerst. Daar keken we het hele jaar naar uit. Op kerstavond kregen we het blikje sinas en dan moesten we kiezen: het meteen openen of bewaren.” De ogen van Jennifer stromen vol tranen. Waarom is ze zo geroerd? Ze herpakt zich. ,,Dat gevoel, het uitkijken naar dat ene blikje, dat mis ik soms ontzettend.”